Een ode aan de gekte

door René Waterreus

Samen met Sander ben ik Co-Founder van de School voor Eenzijn. Een lange periode van eenzaamheid bracht mij tot over de grens van het betamelijke. En daar, op de bodem, vond ik de weg naar buiten. Die inzichten wil ik niet voor mezelf houden!

Een ode aan de gekte

In ons werk voor de School voor Eenzijn komen Sander en ik mensen tegen in veel verschillende fases van hun leven. De gesprekken die we voeren gaan vaak over de periodes waarin het leven donker en stroperig aanvoelt. Dat maakt de gesprekken soms zwaar. Maar eens in de zoveel tijd treffen we iemand die de schoonheid van die donkere kanten lijkt te benadrukken.

Voor buitenstaanders is het vaak makkelijk om te denken dat zo iemand gek is. We beoordelen mensen al heel snel op hoe ze eruit zien en op hoe ze zich gedragen. Meer informatie heb je – zonder al teveel inspanning – immers niet tot je beschikking. De conclusie ‘wat een idioot’ is snel gemaakt en voor de hand liggend. Maar is dat wel eerlijk?

Een wereldplan

Onlangs troffen we iemand die ons deelgenoot maakte van zijn ideeën om de wereld een stukje mooier te maken. Het bleek een lijvig projectplan om de horecasector in Nederland – en misschien uiteindelijk wel wereldwijd – te redden uit de klauwen van de Coronacrisis.

Naarmate het leeswerk vorderde, werden de concrete voorstellen steeds megalomaner. Niet alleen omdat er steeds meer partijen bij betrokken werden. Maar ook omdat zijn eigen aandeel in het plan een steeds tomelozere opoffering van zijn eigen tijd leek te betekenen. Tot aan het onhaalbare toe.

Het meest bevreemdende stuk was nog wel de passage waarin hij aannemelijk maakte dat hij niet gek is. Als bewijs daarvoor verscheen een hele rij mensen uit zijn persoonlijke kring ten tonele, die garant konden staan voor zijn gezonde verstand.

Manische schoonheid

Er gaapte hier een enorme open deur. Want waarom zou iemand die een projectplan maakt in datzelfde document moeten verklaren dat hij niet gek is? Daar zou de lezer toch vanuit moeten kunnen gaan? Bewees hij door dit zo stellig te poneren niet juist het tegendeel?

Toegegeven, het lezen van dit stuk gaf ons het gevoel dat de schrijver op zijn minst een manische episode in zijn leven doormaakte. Maar goed beschouwd was het plan inhoudelijk eigenlijk helemaal niet zo gek. Hooguit hier en daar wat doorgeschoten in ambitie.

Gepokt en gemazeld als we zijn door de kleurrijke figuren die we treffen, hebben we besloten om de heer in kwestie niet voor gek uit te maken. Hij maakt ons juist nieuwsgierig naar hoe hij naar de wereld kijkt. Welke schoonheid hij daarin ziet. En welke nieuwe impulsen dat ons kan brengen. Om dat te ontdekken zullen we hem binnenkort uitnodigen.

Non Insanum

In de tussentijd associeerden we half grappend (maar in elke grap schuilt een kern van waarheid) vrij door op de onbedoelde suggestie die hij deed; zou niet elk projectplan een verklaring moeten bevatten dat de bedenker ervan niet gek is?

Doorredenerend is het eigenlijk heel logisch; de ‘Non Insanum-clausule’ wordt een integraal en verplicht onderdeel van welk plan dan ook. Met daaraan gekoppeld een verklaring van iemand die bevestigt dat dat inderdaad zo is en daarvoor garant staat.

Ik hoor je denken: maar hoe weet je dan dat de garantsteller niet gek is? Geen probleem. Ook hij of zij zoekt iemand die dat bevestigt. En die op zijn beurt ook weer, enzovoorts, totdat iedereen akkoord is met de mentale vermogens van degene voor hem.

Uiteindelijk zal dat dus letterlijk iedereen op de wereld zijn. Natuurlijk, dat kan even duren, er zijn altijd wel één of twee mensen niet thuis waardoor de voortgang even stagneert. Maar hoe gek is een megalomaan plan uiteindelijk nog als de hele wereld zich erachter schaart?

Leave a Reply