Levenslied

door René Waterreus

Samen met Sander ben ik Co-Founder van de School voor Eenzijn. Een lange periode van eenzaamheid bracht mij tot over de grens van het betamelijke. En daar, op de bodem, vond ik de weg naar buiten. Die inzichten wil ik niet voor mezelf houden!

Levenslied

Het leven strooit met hints en aanwijzingen. Maar je moet ze wel herkennen. Heel lang deed ik dat niet. Gelukkig is de voorzienigheid geduldig en volhardend. Langzaam herkende ik patronen en vermoedde daar betekenis achter. Toch duurde het nog een tijd voordat ik doorzag wat het werkelijk betekende. Dat wachten op een vraag die niet gesteld wordt soms betekent dat je niet zo goed geluisterd hebt als je dacht

(On)gedwongen luisteraar

Al zo lang als ik me kan herinneren vertellen mensen me ongevraagd over zaken die je niet snel met anderen deelt. Soms tot complete levensverhalen aan toe. Ik hoef maar ergens te gaan staan wachten op een bus of tram, of iemand besluit mij deelgenoot te maken van een inkijkje in een verborgen stukje van zijn of haar leven. Meestal kan ik niet meer dan, ongemakkelijk schuifelend, blijven luisteren en mijn aandacht bevestigen door instemmende geluidjes voort te brengen.

Maar dat ongemak is niet zichtbaar. De neutrale toeschouwer zal een geïnteresseerde toehoorder zien die door extraverte mimiek de verteller dwingt meer prijs te geven dan hij wellicht had gewild. Dat weet ik niet omdat ik dat bewust doe, maar omdat iemand me daar op wees. Iemand die me ook uitdaagde om te onderzoeken waarom ik dat deed.

(On)logische vervolgvraag

Het meest voor de hand liggende antwoord was mijn achtergrond als coach en trainer. Dat ik expressief ben in het tonen van mijn aandacht voor iemands verhaal, is ten dele aangeleerd gedrag. Of wellicht een uitvergrote natuurlijke eigenschap als gevolg van mijn opleiding.

Maar zoals dat gaat met voor de hand liggende zaken; het zijn op zijn best slechts halve waarheden. Een volledige verklaring is het niet. Een vragende blik of een open gezichtsuitdrukking is handig als je iemand tijdens een coachingssessie probeert te verleiden dieper in zichzelf te graven. Maar van een onbekende die toevallig naast me zit op een terras hoef ik niet per se intieme details over haar leven te weten.

Wat ik verwachtte was een vervolgvraag: welk ander antwoord kan je verzinnen als je wat er als eerste in je opkomt links laat liggen? Maar die werd me niet gesteld. Mijn uitdager draaide in plaats daarvan de boel rigoureus om. ‘Leuk dat jij zo’n goede luisteraar bent. Maar ben je ook een goede verteller?’.

(On)eerlijk antwoord

‘Ja natuurlijk!’, antwoordde ik, ‘Als trainer weet ik zaken helder te verwoorden. En ik beschouw mezelf als een enigszins begenadigd amateurschrijver. In mijn korte verhalen ben ik niets anders dan een verteller’. Maar nog terwijl ik deze woorden uitsprak, hoorde ik zelf al dat ik daarmee niet de vraag niet écht beantwoordde.

Als ik eerlijk ben is het zelfs niet eens waar. Natuurlijk is het fijn dat ik in mijn functie als trainer complexe dingen helder kan verwoorden. Maar wat vertel ik er eigenlijk mee? Of beter nog: wat vertel ik er mee? Vooruit, de korte verhalen die ik schrijf zijn persoonlijker. Ze komen immers voort uit mijn gedachten. Maar ze zijn door lezers meer dan eens hermetisch genoemd. Als ze al iets over mij vertellen, dan is dat zeer verhuld.

Nee, het werkelijke antwoord op de vraag of ik waarom anderen mij zo vaak spontaan hun persoonlijke verhalen vertellen kan niet anders zijn dan dit: omdat ik het niet doe.

(On)uitgenodigd

Het universum houdt mij, bij monde van willekeurige mensen die zoal tegenkom, een spiegel voor. Een dwingende spiegel, met erin een beeld dat me vermanend toespreekt. Het laat me zien dat die open blik helemaal niet zo extravert is als het overkomt. Eerder is het een plaatje van een open blik. Een masker zo je wilt, waar anderen gewillig tegenaan praten maar die mijn verhalen netjes aan de binnenkant houdt.

Mensen vertellen me hun verhalen niet omdat ik ze daartoe uitnodig. Het is precies andersom: met hun verhalen nodigen ze mij uit hetzelfde te doen. Dat is de boodschap die ik lang niet begrepen heb. En daarmee schiep ik ongewild een bron van eenzaamheidsgevoelens.

Want feitelijk luisterde ik altijd naar ze in de – ijdele en frustrerende – hoop dat de tegenvraag zou komen: ‘En jij?’. Een tragische misvatting; het vertelde verhaal is de vraag. Maar ik gaf nooit antwoord. Niet omdat ik niets te vertellen had maar uit onwetendheid.

(On)deelbaar

Natuurlijk heeft ook voor mij, net als voor vele anderen, een rol gespeeld dat ik lang het idee had dat mijn verhaal niet interessant was. Of dat anderen er niet op zaten te wachten. Niets is minder waar! Ik zit, wederom net als al die anderen, vol verhalen die erom schreeuwen verteld te worden. Zelfs de meest gênante episodes en donkerste geheimen uit mijn leven.

Pas als de ene anekdote een ervaring van iemand anders uitlokt, die op zijn beurt de herinnering bij een derde oproept, ontstaat een vloeiende dialoog. Zo’n gesprek heeft nog het meeste weg van een lied dat je samen zingt. En daarin vormt ieders verhaal een couplet en is het delen op zich het refrein.

Wij mensen kunnen niet anders dan samen zingen. In close harmony. Want een eenzame zanger zonder luisteraars stopt uiteindelijk met zingen. Een gedeeld lied wordt van zelf ondeelbaar. Want is – net als de zangers zelf – één!

Het duurde even totdat ik het zag. Maar het leven hoeft alleen geleefd te worden. Geen idee of dat zin heeft of dat er een doel aan verbonden is. Maar het wordt op zijn minst leuker door anderen er deelgenoot van te maken. En misschien schuilt in gedeeld leven wel de ware bedoeling ervan.

Één suggestie bij “Levenslied

Een bericht schrijven