Uitgestelde eenzaamheid

door René Waterreus

Samen met Sander ben ik Co-Founder van de School voor Eenzijn. Een lange periode van eenzaamheid bracht mij tot over de grens van het betamelijke. En daar, op de bodem, vond ik de weg naar buiten. Die inzichten wil ik niet voor mezelf houden!

Uitgestelde eenzaamheid

Vanaf het begin van de Corona-crisis heeft iedereen, zelfs tot de koning aan toe, de mond vol gehad over eenzaamheid. Noodgedwongen thuisblijven en social distancing zouden een recept zijn voor een welhaast pandemische – o, ironie – toename van gevoelens van eenzaamheid.  We werden opgeroepen om vooral naar elkaar om te blijven kijken. Samen zouden we er wel doorheen komen. Maar persoonlijk heb ik veel meer zorgen over wat er emotioneel gezien gaat gebeuren nu er steeds meer versoepelingen komen.

Sociale ruis

Door mijn werk voor de School voor Eenzijn, spreek ik regelmatig mensen die zich herkennen in de existentiële eenzaamheid die wij adresseren. Mensen, zoals ikzelf, die vaak niet beter weten dan dat gevoelens van afgescheidenheid een rol in hun leven speelt. En allemaal vertellen ze min of meer hetzelfde als wat ik zelf de afgelopen maanden heb ervaren.

De intelligente lockdown heb ik namelijk beleefd als een zee van rust. Een prikkelarme tijd waarin ruimte was voor mijn eigen behoeftes en waarin contact met anderen juist een nieuwe, warmere lading kreeg. De sociale luwte deed me eerder goed dan dat het me bewust maakte van verminderd (of eigenlijk veranderd) contact met anderen.

De basale emotie eenzaamheid gaat in essentie niet over een gebrek aan verbondenheid met anderen maar over een gebrek aan verbondenheid met jezelf. Ik heb mij in mijn leven altijd laten leiden door wat anderen van mij verwachtten of vonden. Zelfs de dingen die ik niet deed werden bepaald door anderen. Juist omdat ze zo tegengesteld waren aan wat ik dacht dat hun beeld van mij was. Vrijwel mijn gehele identiteitenspectrum bestond bij de gratie van de ander. En daardoor ben ik dus altijd voorbij gegaan aan wie ík was en wat voor míj belangrijk was.

En daar zit dus de eenzaamheid: in geen enkel gevoel hebben bij wie overblijft als de ander wegvalt, zelfs als er helemaal geen dreiging is dat die ander wegvalt.  De meningen en verwachtingen van  de mensen om je heen is een grillige basis. Als je daarop je eigen bestaan baseert ben je niets anders dan de waan van het moment. En zo ontstaat dus de schijnbaar tegenstrijdige situatie waarbij je omringd weten door mensen, het gevoel van eenzaamheid juist vergroot.

De verademing van de lockdown schuilde voor mij precies daar in: ik heb in de loop der tijd geleerd om mijn ideeën over de meningen en verwachtingen van anderen te blokkeren ten faveure van mijn eigen wensen en behoeftes. Zo bevocht ik langzaam weer mijn eigen identiteit terug ten opzichte van wat ik lang als waarheid over mijzelf had beschouwd. Nu de rechtstreekse contacten tijdelijk wegvielen, hoefde ik die sociale ruis dus niet langer weg te filteren. En hoe meer ruimte ik kreeg om alleen naar mezelf te luisteren, hoe meer innerlijke rust ik ervoer.

De normatieve meetlat

Natuurlijk snap ik waar alle media-aandacht over eenzaamheid in tijden van Corona over ging. Over het algemeen zullen mensen het gebrek aan mogelijkheden om je geliefden te knuffelen of simpelweg een paar uurtjes naast elkaar op een terras te kunnen zitten als een psychische belasting ervaren.

Dat wil ik zeker niet bagatelliseren. Mensen zijn sociale wezens en als de mogelijkheid om daar uiting aan te geven wegvalt, dan brengt dat een zeker lijden met zich mee. Toch wil ik opmerken dat dit type lijden met name geldt voor mensen die langs de normatieve meetlat laag scoren op het kennen van existentiële gevoelens van eenzaamheid.

De eenzaamheid die zij ervaren hebben in quarantaine is op zijn best sociale eenzaamheid te noemen. Maar het gaat hier wat mij betreft in feite om alleen-zijn en de gevolgen die bij een langdurig voortbestaan daarvan komen kijken. En dat is iets anders dan existentiële eenzaamheid.

Nu begint het pas

Het komt misschien over alsof ik de eenzaamheid die de meesten in lockdown hebben gevoeld beschouw als minderwaardig of minder ernstig dan existentiële eenzaamheid. Maar dat is niet wat ik bedoel. Ik denk alleen dat het een andere beschouwing en benadering verdient.

De oproep van de overheid – en vele anderen – om naar elkaar om te zien in sociaal arme tijden is zeker niet onterecht. Integendeel, als een groot deel van ons een gebrek aan sociale contacten ervaart, dan is het een verantwoordelijkheid van ons allemaal om iedereen aangesloten te houden. Maar dat gaat op een andere manier dan het aanpakken van existentiële en zelfs emotionele eenzaamheid.

Eenzaamheid is een containerbegrip geworden. Ik denk dat we kunnen zeggen dat er met de Corona-crisis een nieuw gezicht en een nieuwe invulling van de beleving ervan  aan die collectie emoties is toegevoegd. Als we spreken over eenzaamheid, dan moeten we dus meer dan ooit waken voor begripsverwarring.

Wat voor mij geldt, is ook waar voor andere ‘existentieel eenzamen’: nu het sociale leven langzaam weer op gang komt, komt ook de sociale ruis terug. En daarmee de triggers om eenzaamheid te ervaren, er last van te hebben. Voor de eenzaamheid als gevolg van de quarantaine is de versoepeling van de maatregelen de oplossing; voor mij en ‘de mijnen’ is het potentieel een heropleving van het oude probleem.

We hebben de afgelopen tijd goed op elkaar gelet en elkaar gesteund waar het nodig was. En in nazorg valt er ongetwijfeld nog genoeg te doen. Maar laat dit betoog ook een oproep zijn om niet te vergeten dat voor een grote groep mensen de uitgestelde eenzaamheid pas nu weer begint. Laten we niet zozeer naar ze omkijken maar ervoor zorgen dat ze voldoende naar zichzelf blijven kijken!

Een bericht schrijven